+ 31 06 154 38 185
a@eyesonsuriname.com

Noors Olie Fonds en de hoop op welvaart voor Suriname

Noors Olie Fonds en de hoop op welvaart voor Suriname

Noors Oliefonds

Olie als redder van Suriname ??

Deel I

eyesonsuriname / fd

Amsterdam, 18 december 2022– Vroeger was Yngver Slyngstad, een onbekend iemand. Zo eentje die zoveel mogelijk buiten de publiciteit bleef. 

Dat is veranderd sinds Nicolai 

Tangen het Noors Oliefonds leidt. Tangen was eerder eigenaar en leider van zijn eigen hedgefonds AKO in Londen. Daar was hij timide en rustig ver weg uit de schijnwerpers van de publiciteit. Hij opereerde toen ver onder de radar van kranten, radio, televisie of het internet met de sociale media.

Tangen verdiende een fortuin met de meest avontuurlijke kant van het beleggen. Twee jaar geleden solliciteerde hij naar de baan van ceo van het Noorse staatspensioenfonds, dat sinds 1996 de olie-inkomsten van het land belegt. Dat fonds werd tot dan geleid door Yngver Slyngstad.

Een droomstart werd het niet. Iedereen, politici en media, maar ook gewone burgers wantrouwden de bedoelingen van Tangen, de man die als expat in het buitenland woonde en op eigen kracht miljardair is geworden. 

Pas toen hij zijn belang in AKO — met een geschatte waarde van bijna €1 mrd — doneerde aan een persoonlijk liefdadigheidsfonds en zijn aandelenportefeuille verkocht, mocht hij aan de slag bij wat officieel

 Norges Bank Investment Management (NBIM) heet. 

Dat is de beheerder van het nationale ‘oliefonds’ ter grootte van inmiddels €1200 mrd, dat belegt in onder andere bijna 9000 bedrijven en goed is voor circa 1,5% van de gezamenlijke waarde van alle beursfondsen ter wereld.

Dit fonds is het voorbeeld hoe geld beheerd dient te worden ten gunste van iedereen in een land en niet voor een kleine minderheid, die de zakken vult en met de buit te eigen bate er vandoor gaat.

Eyesonsuriname heeft een verzoek om een exclusief interview in Oslo liggen maar nog geen antwoord gehad. Het komend voorjaar hopen wij hem in de Noorse hoofdstad te mogen aantreffen en zijn wijze lessen te leren hoe om te gaan met echt geld. En zodoende waarde te scheppen.

Twee Nederlandse bezoekers van het FD bezoeken hem in Oslo en vragen hem hoe het komt dat hij plotseling zo beroemd is geworden. En die eerste vraag over zijn populariteit wordt kort beantwoord: ‘Ik ben geen rockster.’

U heeft een groot financieel offer moeten brengen om deze baan te mogen doen. Waarom deed u dat?

‘Ik zie het niet als een offer. Ik wilde de baan heel erg graag omdat het zaken combineert die mij boeien en omdat er een filantropisch element in zit, in de zin dat ik echt voor het land werk. Ik mag de welvaart van het Noorse volk voor de toekomst veiligstellen. Doordat ik afstand deed van mijn belang in AKO was het de Noren duidelijk dat ik deze baan niet doe om er zelf financieel beter van te worden.’

U bent heel actief naar buiten toe. Waarom?

‘In het verleden hadden we vier woordvoerders voor het fonds, nu hebben we er 575. We laten onze mensen praten op congressen en met de media. Het gaat er mij om dat de Noren ons beleid goed begrijpen. Er is een duidelijke correlatie tussen kennis en vertrouwen, dat heb ik bij de covid-crisis gezien. Dus om vertrouwen op te bouwen, moet je aan kennis werken. Sinds de start van het fonds hebben we zo ongeveer altijd groei gezien. Nu zijn de vooruitzichten duidelijk anders, met hoge inflatie en oplopende rentes. Komende jaren wordt het moeilijk om geld te verdienen. En als je zo groot bent als wij, kun je je nergens verstoppen. De Noren moeten leren begrijpen dat de waarde van het fonds op en neer zal gaan. Het volk is immers de eigenaar.’

Is er geen maatschappelijke druk op het fonds om meer uit te keren aan de overheid vanwege de hoge energierekening? Om toch te investeren in Noorwegen?

‘Nee. Er wordt heel weinig gesproken over een verandering van het mandaat. Politici zijn zeer, zeer verantwoordelijk en gedisciplineerd. Net als het Noorse volk. Dat is zo ontzettend trots op het fonds. Voor de Noren voelt het als hun bezit. Er is nog steeds grote consensus dat het fonds er voor toekomstige generaties is, en om alleen in het buitenland te investeren. Om, guess what, iets te voorkomen: de Dutch disease. Nederland gebruikte zijn aardgasopbrengsten voor investeringen in de welvaartsstaat.

In Londen was u eigen baas. Hier legt u verantwoording af aan politici.

‘Het is inderdaad heel anders. Als ik bij mijn fonds om twaalf uur iets besloot, was het om twee over twaalf gedaan. In de publieke sector loopt de besluitvorming anders. Het kost meer tijd en de besluitvorming is complexer. We hebben het bestuur van de centrale bank, een raad van toezicht, het ministerie van Financiën en het parlement. En we hebben een zeer strikt mandaat waarbinnen we moeten opereren. We mogen niet beleggen in private equity, met name vanwege de hoge fees. En het ethisch comité verbiedt het ons om te beleggen in bijvoorbeeld wapens en tabak.’

eyesonsuriname / fd

Einde deel I

Lees Deel II

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *