+ 31 06 154 38 185
a@eyesonsuriname.com

Suriname: uitdaging een nieuwe, moderne economie te creëren. 

Suriname: uitdaging een nieuwe, moderne economie te creëren. 

Suriname New Economy

De eerste stappen. 

Diep ingrijpende veranderingen zijn nodig, omdat wij op elk terrein worden geconfronteerd met obstakels en knelpunten. Daarom moet het accent geleidelijk worden gelegd op duurzame groei van de productie en export, beheerste consumptie tegen meer realistischere prijzen, alsook evenwichtigere budgettaire en monetaire verhoudingen. 

Antony Caram

1. Van de oude  naar een nieuwe economie

Wij staan voor echt grote uitdagingen om de oude economie van Suriname te transformeren. Deze transformatie is noodzakelijk. De economie zit namelijk bevangen in een gecompliceerd samenstel van elkaar versterkende factoren, die haar ontwikkeling belemmeren.

Het is bekend dat de oude economie zich kenmerkt door een overmatig accent op het consumeren in relatie tot de binnenlandse productie, een teveel aan importen van goederen en diensten, onvoldoende productieve investeringen, een te weinig dynamische en innovatieve private sector, een te omvangrijk staatsapparaat en een te uitgebreid stelsel van overheidssubsidies die marktverstorend en verspillend werken. Een en ander veroorzaakt uitstel van noodzakelijke infrastructurele investeringen en omvangrijke budgettaire tekorten, gefinancierd door geldschepping en schuldvergroting.

De aangeduide factoren hebben ertoe bijgedragen dat de oude economie uiteindelijk is ontspoord en vastgelopen. Dit weerspiegelt zich in onder meer betalingsbalanstekorten, aantasting van de interne en externe waarde van ons geld en ondraaglijke schuldaflossingsverplichtingen ten laste van de staat.

Wij staan voor de uitdaging een nieuwe, moderne economie te creëren. De eerste stappen daartoe worden al gezet. Diep ingrijpende veranderingen zijn nodig, omdat wij op elk terrein worden geconfronteerd met obstakels en knelpunten. Daarom moet het accent geleidelijk worden gelegd op duurzame groei van de productie en export, beheerste consumptie tegen meer realistischere prijzen, alsook evenwichtigere budgettaire en monetaire verhoudingen.

Het is nodig om een omgevingsklimaat en een dynamische ontwikkelingsmentaliteit te scheppen in zowel de overheids- als in de private sectoren, die reële economische activiteiten stimuleren en tot ontplooiing daarvan leiden. Het doorvoeren van een dergelijke transformatie is naar de ervaring leert voor elk land een majeure uitdaging, alsook een moeizaam verlopend en langdurig proces. Deze uitdaging weegt in Suriname extra zwaar. Vooral de kleine schaal van de economie en haar daarmee samenhangende specifieke, zwakke karakteristieken werken remmend.

2. Transformeren vergt initieel zware inspanningen en veroorzaakt pijn

HET IS EEN illusie om ervan uit te gaan dat onze inspanningen om het transformatieproces op de rails te krijgen in korte tijd vruchten zullen afwerpen in overeenstemming met onze wensen en verwachtingen. Het staat vast dat er al veel werk is verzet, maar het staat ook vast dat nog veel meer moet worden gedaan.

Een vervelend kenmerk van een transformatieproces is dat het, ondanks alle inspanningen en opofferingen van land en volk, eerst slechter zal gaan alvorens het beter kan gaan. Dit brengt de verplichting met zich mee om al in het eerste stadium van dit proces forse ondersteuning te bieden aan de sociaal zwakkeren. De minister van Financiën en Planning beschikt anderzijds op dit moment nog niet over de budgettaire ruimte om aan deze verplichting te voldoen. Daarom is versterking van de onderlinge solidariteit, inclusief onze allochtone gemeenschap, evenzeer geboden.

De initiële verslechtering van de economische toestand komt ook in Suriname op pijnlijke wijze tot uitdrukking in de versnelling van het inflatietempo en de navenante vermindering van de koopkracht van de burgers sinds 2020. De versnelling laat zich verklaren door het gepaard gaan van het transformatieproces met hogere prijzen, die voor een belangrijk deel voortvloeien uit de optrekking van de officiële koers van buitenlandse valuta tot het niveau van de noteringen op de cambiomarkt en door het herstructureren en versoberen van het subsidiestelsel.

Beleidsmaatregelen worden onvermijdelijk geacht om de consumptieve overbesteding te verminderen, de budgettaire positie houdbaar te maken en de monetaire en financiële situatie te verbeteren. Een extra complicatie is dat wij al ruim twee jaren worden geconfronteerd met de effecten van de coronacrisis en met de recente versnelling van de geïmporteerde inflatie, die de binnenlandse bedrijvigheid verder aantasten en extra impulsen geven aan prijsstijgingen.

Het is begrijpelijk dat burgers door de teruggang in de koopkracht van hun inkomen en vermogen thans zware tijden doormaken, teleurgesteld en somber gestemd raken. Om deze teleurstelling te temperen is het wenselijk het sociale vangnet versneld verder uit te bouwen, voor zover dit budgettair en monetair verantwoord is.

Ook dient de communicatie met de bevolking te worden geïntensiveerd om haar beter uit te leggen wat de doelstellingen zijn van het beleid en wat daarvan naar de toekomst toe mag worden verwacht. In dit kader moet er meer kwantitatief inzicht worden gegeven in de achterliggende oorzaken van de inflatie. Uit de gepubliceerde statistieken moet blijken wat het afzonderlijke prijseffect is van getroffen overheidsmaatregelen, de stijging van de factorkosten en de geïmporteerde inflatie. Het is met andere woorden van belang te meten in welke mate de inflatie wordt veroorzaakt door aanbod- dan wel door vraagfactoren, gegeven de in de volkshuishouding circulerende geldstroom.

Ook moet worden vastgesteld of het prijseffect incidenteel dan wel duurzaam van aard is. In het eerste geval loopt het effect na een jaar uit de prijsindex van de gezinsconsumptie. Een beleidsmaatregel draagt dan niet meer bij tot verdere stijging van de binnenlandse inflatie. Mede door het bedoelde uitlopen is de gemiddelde maandinflatie gedaald van 3,9 procent gedurende het vierde kwartaal van 2020 tot 2 procent in de overeenkomstige periode van 2021.

Het tempo van de jaarinflatie vermindert van 61 procent in 2021 tot naar verwachting 38 procent in 2022. Het laatste cijfer is een projectie van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), dat tevens voorspelt dat de dalende tendens zich geleidelijk zal voortzetten en in 2025 het niveau van 7,9 procent zal bereiken.

Rekening is gehouden met het eventuele effect van additionele beleidsmaatregelen, waaronder de invoering van de belasting op de toegevoegde waarde en de mogelijke verhoging van de elektriciteitstarieven. De cijfers indiceren dat er weliswaar sprake van verbetering is ten opzichte van het in 2021 bereikte hoogtepunt, maar wij mogen hiermee niet tevreden zijn.

De Centrale Bank van Suriname (CBvS) zet zich in om het inflatietempo te matigen. Aan haar is bij wet een voortrekkersrol toegekend als hoedster van de stabiliteit in de interne en externe waarde van ons geld, voor zover deze stabiliteit afhankelijk is van monetaire factoren. Echter, haar rol werd op gezette tijden ondermijnd door een populistisch geaard budgettair en monetair beleid, alsook door institutionele zwakte. Het doet mij dan ook goed dat er nu een uitstekend concept van een nieuwe Bankwet beschikbaar is, dat vooral haar interne organisatiestructuur en autonomie moet versterken.

Ik heb wel moeite met de bepaling dat de staat na 2024 weer een beroep mag doen op kredietfaciliteiten van de CBvS, zij het onder strikte condities. Ik pleit er nadrukkelijk voor deze bepaling uit het concept te schrappen. Dit gelet op de pijnlijke ervaringen met deze kredietverlening, die het gevolg waren van een tekort schietende discipline en misinterpretatie van de letter en geest van de nog geldende wet.

Een ander meer technisch geaarde kanttekening mijnerzijds heeft betrekking op het onlangs door de CBvS geïntroduceerde systeem van depositoveilingen. Ik vraag mij af of de tijd rijp is om bij het bepalen van de rentestand vrijwel uitsluitend te steunen op de werking van een financiële markt, die nog niet tot wasdom is gekomen.

Het systeem bergt mede door marktimperfecties het risico in zich dat de rentekosten hoger uitvallen dan de opbrengsten; dit laatste in de zin van haar bijdrage tot bevordering van de interne en externe stabiliteit van ons geld. Twijfel heerst ook over de effectiviteit van het transmissiemechanisme.

In dit verband merk ik op dat de recente daling van het stijgingstempo van de maandinflatie niet primair het gevolg lijkt te zijn van de depositoveilingen, maar veeleer van het uit de prijsindex lopen van het effect van eerder doorgevoerde beleidsmaatregelen. Hier speelt mee dat een behoorlijk deel van de maatschappelijke overliquiditeit al door de inflatie is geabsorbeerd. Voorts neemt de bancaire kredietverlening slechts matig toe, mede onder invloed van de slapte in de algemene bedrijvigheid en het heersende onzekere omgevingsklimaat.

Ofschoon het systeem op onderdelen reeds is aangepast, kan op basis van de opgedane ervaringen worden overwogen zo mogelijk verdere aanpassingen door te voeren. Aanpassingen kunnen volgens mij het best tot stand komen door verdere intensivering van het overleg met het IMF en de overige banken. Gegeven het beperkt aantal banken lijkt morele overreding (moral suasion) een bruikbaar alternatief om de effectiviteit van het monetaire instrumentarium te optimaliseren en de kosten van de veilingen te minimaliseren.

3. Offers en inspanningen nu scheppen een duurzame basis voor ontwikkeling

Ik kijk op van berichten dat er thans in Suriname een bedrukte stemming overheerst. Ondanks de moeilijke tijd die wij nu door maken, mogen wij best wel vertrouwen hebben in de lange termijn ontwikkelingspotentie van onze economie. Er zijn mogelijkheden tot het terugdringen van de bestaande armoede en opvoering van onze welvaart.

Naar verwachting zal al in 2022 de krimp van het bruto binnenlands product worden omgebogen. Dit product zal naar schatting in 2020 en 2021 met in totaal circa 20 procent toenemen. Volgens een projectie van het IMF zal er in 2022 sprake zijn van een groei van ongeveer 2 procent. Overigens, deze cijfers geven aan dat wij nog veel terrein dat verloren is gegaan moeten terugwinnen.

Wij hebben allen een eigen specifieke verantwoordelijkheid om dit terreinverlies te herwinnen en vervolgens verdere groei tot stand te brengen. Om dit doel te bereiken, zullen wij intensiever moeten werken aan het verkleinen van de effecten van de knelpunten die de oude economie in hun greep houden. Bemoedigend is dat wij nu beschikken over een kompas dat ons moet bijstaan op de zware tocht naar de toekomst.

Het Herstelplan 2020-2022 en het leningsdocument van het IMF bevatten een scala van aanbevelingen en projecten, primair gericht op het herstellen van evenwichtigere budgettaire, monetaire en financiële verhoudingen. Daarnaast geeft het Meerjaren Ontwikkelingsplan een innovatieve visie over de weg naar duurzame, klimaatvriendelijke vergroting van de productie en export door middel van de creatie van sectorale clusters. Dit plan bevat ook een agenda voor het realiseren van de Sustainable Development Goals (duurzame ontwikkelingsdoelen) van de Verenigde Naties.

De plannen geven voldoende handvaten en richting om via het transformatieproces een evenwichtigere economische ontwikkeling op gang te brengen. Succes is haalbaar naar de mate waarin wij door wijs beleid en goed uitvoerend management erin slagen de exploitatie van onze natuurlijke hulpbronnen uit te breiden en daaraan gekoppelde clusters tot wasdom te brengen.

Ik ben ervan overtuigd dat een verantwoorde intensivering van deze exploitatie ons meer kansen biedt om welvaartsgroei en ontwikkeling af te dwingen. Echter, een essentiële pre-conditie voor het kunnen uitvoeren van de vele plannen is dat onze capaciteit om projecten ten uitvoer te brengen materieel wordt uitgebreid. Immers, de feitelijke ontwikkeling wordt begrensd door de meest knellende bottleneck: onze uitvoeringscapaciteit. Vergroting daarvan vereist veelsoortige, intensieve inspanningen.

De tijd dringt. Wij moeten ons planmatig en doelgericht gereed maken om te kunnen participeren in en optimaal profijt te halen uit vooral de verwachte impuls die de olie- en gascluster in de loop van de komende tijd zal geven aan onze ontwikkelingsmogelijkheden, ondanks de veranderingen die zich voltrekken op de mondiale energiemarkt. De uit deze cluster te verkrijgen extra inkomsten dienen ook te worden ingezet voor bevordering van de zo gewenste sectorale diversificatie van de productie en export, het dekken van de basisbehoeften van de bevolking en stortingen in een spaarfonds voor het opvangen van tegenvallers.

Wij mogen niet ontmoedigd raken door de tegenslagen en teleurstellingen waarmee wij nu en in de toekomst onvermijdelijk worden cq zullen worden geconfronteerd. Laten wij eendrachtig, enthousiast, vasthoudend en onvermoeibaar samen werken om de gestelde doelen te bereiken. Daarbij in gedachten houdend dat het transformeren van een economie nimmer loopt over een gemakkelijke weg.

Antony Caram

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.